• NederlandsNederlands
  • FrançaisFrançais
Hoofdmenu
  • Home
  • Welkom
  • Wie zijn we?
  • Ontstaan
  • Handvest
  • Organisatie
  • Visie
  • Actualiteit en Standpunten
  • Thematische beschouwingen
  • Kerkelijk nieuws
  • Persmededelingen
  • Catechese
  • Katholiek onderwijs
  • Hagiografie
  • Liturgie
  • Externe mededelingen
  • Getuigenissen en Lezersbrieven
  • Varia
  • Petitielijsten
  • Links
  • Inschrijvingsformulier
  • Contact
Home

Rooms – Katholiek lekenforum

De prijs van de vrijheid

 


Hoeveel helden zouden er reeds hun leven gegeven hebben voor “de vrijheid”, of voor hun “levensovertuiging”, of voor idealen die om de een of andere reden niet pasten in de kraam van hen die de regels dicteerden waar en toen zij leefden? Hoeveel rechtvaardigen en idealisten zullen hen nog volgen in de dood? Hoe groot is het percentage van de gevallen martelaren die postuum enige erkenning hebben verkregen, of een vaste geschiedkundige vermelding in onze leerboeken en encyclopedieën? Van standbeelden spreken we hier niet, want de monumenten die onze straten en pleinen versieren staan er meestal ter ere van beroemdheden die redelijk welvarend hebben geleefd, rustig in hun bed zijn gestorven en/of een uitzonderlijke uitvaart hebben genoten.

Zoek geen logica of redelijkheid in onze wijze van omgang met het verleden. Ook dit wordt bepaald door pragmatisme, politieke overwegingen, maatschappelijke gewoontes, taboes of toevalligheden. Geschiedkunde is belangrijk en noodwendig, maar geen positieve of exacte wetenschap. De kwaliteit ervan is vooral afhankelijk van de mogelijkheden tot vrije meningsuiting en vrij onderzoek. Maar spijtig genoeg wordt de geschiedenis voor een groot deel geschreven in onvrije omstandigheden, zelfs de geschiedenis van de vrijheid en zelfs in onze hedendaagse democratieën.

Onder het motto “Liberté, égalité et fraternité” bestormde de massa in 1789 de Bastille en startte de Franse revolutie, met als resultaat grootschalige vrijheidsberovingen, massale slachtingen en een niets ontziend totalitarisme. Het woord vrijheid klinkt mooi, maar is beladen met dubbelzinnigheid. De vrijheid van de een gaat dikwijls ten koste van de vrijheidsberoving van de ander en een zogenaamd vrij gedrag blijkt nogal eens een ordinaire verslavingsvorm. Toch is de roep naar vrijheid onverwoestbaar en zo oud als de mensheid. Hij kan zelfs sterker worden dan de levensdrang. De mens is er immers voor geschapen en velen zijn bereid om er een zware prijs voor te betalen.

Men kan vrijheid vergelijken met water. Beiden zijn onontbeerlijke basiselementen, het laatste voor de lichamelijke mens en het eerste voor zijn geestelijke dimensie. Zoals water kan vrijheid verschillende gedaanten aannemen: extatisch gesublimeerd ver boven de laag-bij-de-grondse werkelijkheid, verstard tot een ijskoude meedogenloze obsessie, alles meesleurend als een woeste bergrivier, verstild tot een mild meer vol voedselbronnen voor mens, plant en dier, of wijds als een oceaan met wenkende en veelbelovende horizonten. Hoe dan ook: mensen dorsten ernaar en zonder enige vorm van vrijheid lijden wij aan een dodelijke geestelijke dehydratatie.

God heeft de mens voor de vrijheid geschapen om hem de kans te geven Zijn liefde te beantwoorden. Echte liefde, die naam waardig, kan immers enkel groeien en bloeien in volle vrijheid. Maar wat is vrijheid eigenlijk en hoe vrij is een mens? Betekent dit dat de mens op elk ogenblik kan en mag doen wat hij wil? We beseffen maar al te goed dat er heel wat grenzen zijn aan onze vrijheid. Die botst niet alleen op de muur van onze beperkte fysische en verstandelijke vermogens, maar confronteert ons continu met de consequenties van onze vrije keuzes en het feit dat die andere mogelijkheden uitsluiten. Vrijheidsbeleving biedt ook geen garantie op duurzaam geluk. Maar een waardevolle omgang met de vele mogelijkheden die ons geboden worden moet leiden naar een groter welbevinden en een innerlijke vrede.

Die toestand is enkel bereikbaar in harmonie met de schepping, haar bedoeling en haar Schepper. Anders gezegd: we kunnen enkel echt gelukkig worden, in zover onze vrije wil in overeenstemming is met Gods wil. We kunnen Gods vrijheidsbeleid vergelijken met dat van onze democratische staten. Daarin zijn alle burgers zogenaamd vrij, maar enkel zij die zich het best aanpassen aan de ontelbare wetten, verordeningen en richtlijnen die er heersen zullen optimaal van hun resterende vrijheden kunnen genieten. God is een superdemocraat, die de mens slechts een beperkt aantal geboden heeft meegegeven. De bedoeling hiervan is niet de mens te beknotten, om hem te laten voelen wie er de baas is, maar om hem in de onoverzichtelijke doolhof van vrije mogelijkheden de juiste weg te wijzen naar zijn volle ontplooiing.

God schiep een wezen gemaakt voor de vrijheid. Deze Goddelijke beslissing leidde tot een schepping waarin Hij zich slechts onrechtstreeks en onopvallend manifesteert (in menselijke termen zouden we van een “prijs” kunnen spreken). Enkel sporadisch toont Hij een glimp van zijn almacht bij middel van mirakelen. Bijgevolg kunnen we enkel via het geloof onze Schepper leren kennen en is waar geloof gestoeld op een vrije wilbeslissing (niet op vrees, zoals atheïsten beweren).

De hoogste en zuiverste vorm van vrijheid is deze van de “kinderen Gods”. De prijs hiervoor werd betaald met het bloed van Hem die ons het opperste en vruchtbaarste voorbeeld van geestelijke vrijheid heeft getoond. Innerlijk benaderen Zijn volgelingen het best de toestand van vrije harmonie waarin de stamouders van de mensheid oorspronkelijk leefden. Die presenteert zich niet als een vorm van onbeperkte willekeurigheid, maar is het resultaat van een consequente, doelgerichte wils- en geloofskeuze. In alle vrijheid hebben zij zich aangesloten bij het kamp van de liefde, het leven en de waarheid en zich afgesloten van al wat daarmee in strijd is. Zij zijn bereid om desnoods op hun beurt, met Gods hulp, hiervoor de prijs te betalen.

I.V.H.

 

 

Kerk en Leven publiceert Leuvense ketterij

 


Het Vlaams “parochieblad” Kerk en Leven is er weer eens in geslaagd om geloofsverwarring te bevorderen, met dank aan Kristof Struys, docent theologie aan de KU Leuven en het Johannes XXIII seminarie in Leuven. Wij citeren uit K&L van 10-4-2013, p.17, “Geloofsvragen. Vraag het aan Theo”, over de kruisdood van Jezus:

... In de geschiedenis werd de kruisdood soms verstaan als een zoenoffer: door zijn zonden heeft de mens God danig beschaamd, in die mate zelfs dat God dat zondige gedrag enkel kan en wil vergeven op voorwaarde dat er een onvoorstelbaar groot offer aan Hem wordt gebracht. De mens is echter niet in staat om een dergelijk offer aan God te brengen. In die logica zou het Gods wil zijn dat Jezus sterft aan het kruis en zich offert voor de zonden van de mensen.

Volgens een meer hedendaagse visie in de theologie is de kruisdood van Jezus niet de wil van de Vader. God heeft de kruisdood van Jezus niet principieel en planmatig gewild. Jezus’ kruisdood is eerst en vooral een teken van het menselijke ongeloof en de zonde die er niet in slaagden het radicale van Jezus’ liefde haar juiste plaats te geven. In Jezus’ tijd bleven bepaalde instanties evenwel de Wet boven de mens plaatsen. De kruisdood is in de geest van de hedendaagse theoloog dus een teken van de “onliefde” van de mensheid zowel als een teken van de radicale liefde van Jezus voor de mens.

De kruisdood is vervolgens ook een teken van de liefde van de Vader: in zijn almacht had God de liefdesweg van Jezus kunnen onderbreken. Dat deed Hij echter niet. Hij gaf Jezus de vrijheid om die liefdesweg te volbrengen, ook al moest Hij dat bekopen met zijn leven. De kruisdood is dus niet de wil van God, maar wel een teken van de liefde van God voor het leven van Jezus. Van Jezus’ heilsoffer gaat een appel uit aan iedere gelovige.

Als dit een weergave is van wat er heden ten dage aan theologiestudenten en seminaristen als theologische leerstof wordt aangeboden, dan moeten we concluderen dat het zeer droevig gesteld is met het peil ervan. Daarenboven is dit zeker geen theologie die in overeenstemming is met de katholieke geloofsleer en catechismus. Zij is zelfs formeel in tegenspraak met de evangeliën.

Dit laatste zal waarschijnlijk de betrokken theologen niet deren, vermits voor hen niet het evangelie telt, maar wat zij ervan gemaakt hebben, op basis van hun persoonlijke interpretaties, de “hedendaagse inzichten” en hun eliminaties van al wat daar niet bij past.

De katholieke leer heeft Jezus’ kruisdood niet “soms”, maar steeds als een zoenoffer beschouwd. Een belangrijke voorafbeelding hiervan is het offer van Abraham, die in zijn gehoorzaamheid aan God bereid was zelfs zijn zoon Isaac te offeren. Hij werd de stamvader van het geslacht dat naar Jezus leidde, die door de Kerk o.m. het “Lam Gods” genoemd wordt (als dusdanig afgebeeld in het misschien wel beroemdste schilderij ter wereld, dat van de gebroeders van Eyck, in de St Baafs-kathedraal van Gent). Een lam werd ten tijde van Jezus courant gebruikt als zoenoffer.

Christus liet zich even gewillig als dit offerdier ter dood brengen. Dit gebeurde niet – zoals het betrokken artikel ons wil doen geloven - omdat “Hij besefte dat Hij zijn radicale wijze van lief te hebben met zijn dood zou bekopen”, zonder dat zijn Vader daarover veel in de pap te brokken had. Dat is niet alleen een ketterij, maar daarenboven een theologische kwakzalverij van een kinderachtig niveau. Christus heeft water en bloed gezweet om zijn menselijke wil in volledige overeenstemming te houden met die van zijn Vader. Dit wordt duidelijk en in detail beschreven in de evangelische passage van het passieverhaal die eindigt met de welbekende woorden: “Niet mijn wil, maar uw Wil geschiedde” (Mat. 26:39; Lc. 22:42).

Dank zij deze beslissende overgave van Jezus aan de Wil van zijn Vader werden we vrijgekocht. Hij nam die beslissing in het bewustzijn dat het lijden en de dood die Hij voorzag niet een dramatisch bijverschijnsel was van zijn strikt persoonlijke liefdesweg, maar een essentieel en noodzakelijk onderdeel van zijn levenstaak, in gehoorzame eenheid met zijn Goddelijke Vader. Had Hij toen afgehaakt, dan was zijn leven en prediking waardeloos geweest en zou de mensheid voor eeuwig verstoken gebleven zijn van de mogelijkheid tot het eeuwig leven bij God. Met zijn kruisdood bekwam Hij vergiffenis voor al de zonden van onze voorouders, in het bijzonder die van onze stamvader Adam. Aldus kon het uiteindelijk geestelijk herstel van diens fysisch en psychisch zwaar door de erfzonde aangetaste afstammelingen worden ingezet. Daarom zingt de Kerk tijdens de paaswake: “Qui pro nobis aeterno Patri Adae debitum solvit et verteris piaculi cautionem pio cruore detersit” : “Die voor ons de schuld van Adam aan de eeuwige Vader betaald heeft en de schuldbrief van de erfzonde heeft uitgewist met het bloed van zijn hart”.

In het hier aangehaald artikel wordt de God van Adam, Abraham, Mozes en de katholieke traditie herleid tot een karikaturaal personage dat zich beledigd voelt en daarop reageert door een “onvoorstelbaar groot offer” te eisen. De logica van God, die deze van de mensen ver te boven gaat, wordt aldus gedegradeerd tot een infantiele theologische logica, die niet in overeenstemming is met het katholiek gelovig denken over God. Gods Wil wordt niet geleid door wraakgevoelens, maar door een oneindige liefde. Als Hij een zoenoffer wil, dan is dat omdat zulks absoluut onontbeerlijk is voor het geestelijk herstel van zijn geliefde schepsels. Daarenboven schonk Hij hiertoe zijn eigen Zoon, die met Hem van alle eeuwigheid in volmaakte liefde verbonden was, bleef en zal blijven.

Dit gebeurde niet als een teken van “de liefde van God voor het leven van Jezus”, alsof God de Vader vanuit zijn hemel “supporterde” voor Jezus en zijn gedragingen met een passieve maar welwillende belangstelling volgde. Men stuit hier zelfs op een ernstige contradictie, als deze theologie beweert dat God niets ondernam om het leven van Jezus te redden, uit liefde voor datzelfde leven. Hoe men met zulke van primaire logica gespeende argumentatie de hedendaagse mens terug naar het Godsgeloof meent te kunnen leiden, is een van de mysteries van dit soort hedendaagse theologische schrijverij. Het artikel van Kristof Struys eindigt met de wereldschokkende bevinding: “Van Jezus’ heilsoffer gaat een appel uit aan iedere gelovige”. Kan het nog veel banaler?

I.V.H.

 

 

Habemus Papam Franciscus I

 

Het RKLF juicht, samen met de gehele Katholieke Kerk, de verkiezing toe van de eerste Latijns-Amerikaanse Paus, afkomstig van het werelddeel met de meeste katholieken. Wij feliciteren de Argentijnse katholieken, waarvan vele jongeren zeer actief zijn in kerkelijke bewegingen, ondanks het moreel verval dat ook daar voelbaar is en zich uit in wetten die het leven en de familie bedreigen.

Wij nemen hierna grotendeels de bewoordingen over die verschenen op de website van “Kerk in Nood”. Zij reflecteren perfect onze gevoelens van enthousiasme voor deze verkiezing, die ongetwijfeld werd geïnspireerd door de H. Geest.

"Paus Franciscus I is een geschenk van de Goddelijke Voorzienigheid en een vrucht van het gebed van de gehele Kerk"

Na dagen van gebed en wachten, waarin niet alleen de stemgerechtigde kardinalen, maar ook de gehele Kerk zich in de Geest hadden verzameld voor de pauskeuze, heeft God ons gezegend met een vreugde die vooruitloopt op Pasen: 'Habemus Papam'. Wij danken de Goddelijke Voorzienigheid voor de nieuwe geestelijke leider van de Kerk, de Heilige Vader Franciscus I. We vragen dat hem Gods kracht en verlichting worden verleend en vertrouwen zijn pontificaat toe aan de voorspraak van Maria en de voorbeden van de Kerk.

Wij willen, net als de kardinalen onmiddellijk na de verkiezing, Paus Franciscus I. onze loyaliteit en gehoorzaamheid beloven, wat gehoorzaamheid is aan God en aan de waarheid die door Hem geopenbaard is.

Christus opdracht aan Petrus: 'Weid mijn schapen' wordt voorafgegaan door de vraag van de Heer: 'Hebt gij Mij lief?' Wij willen ook reageren op deze vraag, waarop het antwoord was: 'Heer, Gij weet alle dingen, Gij weet dat ik U liefheb’.

Wij doen dat als leken die hun taak en plicht hebben binnen onze Kerk, door onze gebeden, door het Evangelie onverkort te verkondigen op een eigentijdse wijze, door de lijdende en vervolgde broeders en zusters over de hele wereld te steunen en door ons in te zetten voor de “Cultuur van het Leven”.

 

Wat is uw genderidentiteit?

Als u op een formulier het vakje moet invullen waarin gevraagd wordt naar uw geslacht, dan doet u dat hoogstwaarschijnlijk haast automatisch. Maar als een enquêteur u op straat zou aanspreken met de vraag naar uw “genderidentiteit”, hoe zou u dan reageren? De kans is groot dat u de vraagsteller zou aankijken met een uitdrukking alsof u het in Keulen hoorde donderen. Zelfs als u al heel wat over dit onderwerp gehoord of gelezen hebt en er eventueel interesse voor hebt, is het heel goed denkbaar dat u schouderophalend of hoofdschuddend zult verdergaan, of misschien iets mompelen in de zin van “het zijn uw zaken niet”, of “waar houden ze zich nu weer mee bezig?”.

In de veronderstelling dat u over voldoende belangstelling, tijd en geduld beschikt om op de gestelde vraag in te gaan, zou u de conversatie dan niet beginnen met de wedervragen wat daar precies mee bedoeld wordt en wat het opzet is van die enquête? Wat kunnen we dan zoal verwachten als antwoord van de man of vrouw, of het onzijdig, tweeslachtig, seksueel exotisch of “getransgenderd” personage, ..., dat voor deze enquête de straat werd opgestuurd? Om eerlijk te zijn, ik heb er geen idee van. Ondanks het feit dat er al heel wat litteratuur over bestaat en dat dit nieuwbakken “identiteitsgegeven” het centrale voorwerp is van wetsvoorstellen en zelfs al van opvoedingsprogramma’s in enkele hypervooruitstrevende scholen, blijft het een heel wazig begrip met uiteenlopende definities. Het volstaat om op uw browser dit woord even in te typen om zich daarvan rekenschap te geven.

Het begrip genderidentiteit is tweeledig en plaatst ons om te beginnen voor twee vraagstellingen. De eerste luidt: wat is de inhoudelijke, oorspronkelijke of etymologische betekenis van het woord “gender”? In het officiële Nederlands bestaat dit woord (nog?) niet. Waarschijnlijk benadert “genus” het best dit begrip. “Gender” is een Engelstalige term die verwijst naar het geslacht van woorden en niet van mensen (dan spreekt men van “sex”). Het begrip De term “gender” wordt nog verwarrender in het Frans, waar het wordt vertaald door het woord “genre”, dat veel verschillende betekenissen heeft: het wordt gebruikt in de litteratuur, de kunst, de taxonomie, de filosofie, de muziek, ... De indeling in twee geslachten daarentegen maakt deel uit van de menselijke psychologie of onderbewustzijn, hetgeen in veel talen heeft geleid tot een verplichte grammaticale verdeling, niet alleen van de levende wezens, maar ook van de voorwerpen en zelfs van de abstracte begrippen. Sommige woorden die men om diverse redenen niet met een geslacht associeerde worden in bepaalde talen behandeld als “onzijdig”. Deze veralgemeende dualiteit vindt men ook terug in de oosterse idee aangaande “ying” en “yang”, die eveneens een connotatie van seksualiteit hebben.

Het feit dat een abstract grammaticaal begrip gebruikt wordt in verband met de concrete geslachtelijkheid van mensen is op zich al eigenaardig. Nog eigenaardiger wordt het wanneer het gecombineerd wordt met “identiteit”. Een identiteit handelt normaal gesproken over objectief vaststelbare en vaststaande gegevens, die daarenboven een maatschappelijke functionaliteit hebben die relevant of belangrijk genoeg is. Courant gebruikte voorbeelden zijn: de geboortedatum, de afstamming, de domiciliering, de gevolgde studies, ... : objectieve en verifieerbare gegevens dus, die van belang zijn om iemand te situeren in zijn maatschappelijke context. De tweede vraag luidt dus: over welk soort identiteitsgegeven gaat het hier: objectief, subjectief of fictief?

Daarop kunnen dan weer andere vragen volgen. Bvb: wat is de bedoeling van de invoering van een gegeven zoals “genderidentiteit”, naast of ter vervanging van het gebruikelijke gegeven “geslacht”, waar totnogtoe de doorsnee sterveling geen moeite mee had? Wil men bereiken dat op inschrijvings- of sollicitatieformulieren en dergelijke het vakje “geslacht” vervangen wordt door een aantal lijnen waarin de gegadigden worden verzocht hun “genderidentiteit” uiteen te zetten? Gaat men soms ook niet meer informeren naar de geboortedatum, maar de vraag stellen: “hoe oud voelt u zich?”. Of zal men waar voorheen het adres moest worden ingevuld, zijn lievelingsoord moeten omschrijven? Zelfs fanatieke genderideologen beschikken waarschijnlijk nog over voldoende realiteitsbesef om de absurditeit hiervan in te zien. Wat willen zij dan wel bereiken? Streven zij naar een maatschappij waarin subjectieve erotische en andere gevoelens primeren op biologisch en maatschappelijk vaststaande feiten? Waarom of waartoe?

Maar laten we eerst een antwoord trachten te vinden op de tweede hiervoor gestelde vraag: over welk soort identiteitsgegeven gaat het? Hiertoe zullen we enkele omschrijvingen naar voor halen, die we lukraak van het internet hebben geplukt. Volgens de jongerensite “Gender in de blender” betekent het: “de innerlijk beleefde manier van vrouw en/of man zijn”. “Wikepedia”: “Deze geslachtelijke identiteit is dus het gevoel lichamelijk tot een bepaalde sekse, dan wel emotioneel en/of maatschappelijk tot een bepaalde gender te behoren”. Om deze definitie goed te begrijpen moeten we eveneens vermelden wat volgens Wikepedia verstaan moet worden onder “gender”. Wij citeren: “... het is een politiek beladen begrip, waardoor de betekenis onstabiel is. Maar in de meest algemene definitie refereert gender aan de gevarieerde en complexe afspraken tussen mannen en vrouwen. Het begrip omvat de organisatie van reproductie, de seksueel bepaalde scheidingen van toegang tot de arbeid en de zorg voor kinderen en de culturele definities van mannelijkheid en vrouwelijkheid.” Op de site van de “Genderstichting” uit Gent vinden we de volgende verklaringen: “Het gevoel man en/of vrouw te zijn in al deze aspecten heet dan genderidentiteit, of met andere woorden: genderidentiteit is de psychische beleving man en/of vrouw te zijn.” En: “Aan het ontstaan van genderidentiteit gaat heel wat vooraf, het is een langdurig en complex proces dat beïnvloed wordt door zowel biologische, opvoedkundige en sociale factoren. Het is een proces dat aanvangt bij de verwekking en eindigt in de volwassenheid.”

We kunnen hier niet alles aanhalen wat er de laatste jaren over gender en de daaraan gekoppelde “identiteit” geschreven werd. Op korte tijd zijn in de westerse wereld de genderverenigingen blijkbaar als paddenstoelen uit de grond gerezen, met een groeisnelheid die meestal in de informaticasector te vinden is. In ieder geval is het duidelijk dat het over een gevoel of een persoonlijke beleving gaat die “intern” is. Hieruit kunnen we besluiten dat het over een subjectief gegeven gaat (afhankelijk dus van een bepaald subject of individu) en niet over iets dat met volledige zekerheid “objectief” kan vastgesteld worden door anderen. “Fictief” mag men het echter niet noemen, vermits het “iets” is dat eigen is aan ieder normaal mens. Bij de overgrote meerderheid stemt dat “iets” ongeveer overeen met hun biologische geslachtelijkheid en de hieraan verbonden maatschappelijke verwachtingspatronen. Maar het zou dwaas en hypocriet zijn te ontkennen dat er mensen zijn waarbij dit niet geval is. Dat is een feitelijkheid die zich sinds onheuglijke tijden voordoet binnen het mensdom (zoals men bvb. uit de Bijbel kan afleiden). Daar wringt het schoentje dus niet.

Bedenkelijk is echter dat een subjectief gegeven de status van “identiteit” wordt toegewezen. Zulke terminologie tast de betekenis van dit woord aan, zoals het woord homohuwelijk de betekenis van het woord “huwelijk” vervalst. Het gaat hier immers niet over een “identiteit”, maar over een “identificering”, via een psychologisch proces waardoor men mentaal een andere geslachtelijke categorie kan aannemen dan de biologische die men van nature heeft meegekregen. “Transgenders” trachten die innerlijke geslachtstransformatie ook lichamelijk gestalte te geven (ten koste van veel pijn en geld). Een identiteit daarentegen, in de gangbare betekenis van het woord, is het resultaat van een combinatie van objectief vaststelbare gegevens, die de “maatschappelijke identificatie of identiteitsbepaling” van de betrokken persoon mogelijk maken. Identiteitsbepalingen zijn sleutelelementen van het maatschappelijk leven. Een van de samenstellende basisgegevens ervan is het biologische geslacht. Als men dit vervangt door een subjectief intern gegeven, dan heeft dat verstrekkende gevolgen binnen de samenleving, vanaf de familieverbanden tot in de sociale organisatie en de wetgeving. De individuele processen van geslachtsverandering krijgen aldus een veralgemeende repercussie die het natuurlijk maatschappelijk bestel overhoop zet en die fataal dreigt af te lopen.

We kunnen bijgevolg besluiten dat de benaming “genderidentiteit” een artificiële woordconstructie is, bestaande uit twee termen die iets anders weergeven dan wat er normalerwijze mee bedoelt wordt. Wat wil men daarmee bereiken? Wie heeft daar belang bij? Wat zijn de voorzienbare gevolgen? Waarom hanteert de genderideologie een woordgebruik dat betekenissen vervalst? Met deze laatste vraag benaderen we de kern van de hier geschetste problematiek. De hele genderkwestie is immers zonneklaar onderdeel van een ideologische manipulatie op wereldschaal, geschraagd door financieel machtige groepen. Oorspronkelijk stamt het begrip “gender” uit het feminisme en werd het gebruikt om de bestaande rollenpatronen van beide geslachten aan de kaak te stellen. Dit was tot op zekere hoogte een achtenswaardig streven, maar gaandeweg werden de goede bedoelingen overschaduwd door de eisenbundels van het huidig militant feminisme, met op kop het “recht” op abortus. Hiermee kwam het feminisme helemaal in het vaarwater van het atheïstisch materialisme dat zijn visies langzaam maar zeker mondiaal wil doordrukken, via massale mediagesteunde hersenspoelingen en de daaruit resulterende wetswijzigingen. Die worden vervolgens verheerlijkt als progressieve verworvenheden en het verzet ertegen wordt met een marxistische terminologie als “reactionair” verketterd.

Het is interessant om op te merken hoe het materialisme, dat zich meestal bedient van het Darwinisme, zich hierbij tegenspreekt. Volgens deze laatste theorie zouden de “genderrollen” immers het gevolg zijn van een spontane evolutie en dus volledig “natuurlijk” zijn. De genderideologie waarmee ditzelfde materialisme nu uitpakt spreekt dit echter formeel tegen, want hierin spreekt men over “maatschappelijk gestuurde” en gemakkelijk omkeerbare rollenpatronen. De waarheid ligt natuurlijk ergens in het midden. Veel rollenpatronen ontstaan spontaan, terwijl andere eerder maatschappelijke conventies zijn, die afhangen van al of niet relevante culturele factoren. Maar aan waarheden hebben manipulerende ideologen uiteraard geen boodschap.

De manipulatie van begrippen is zo oud als de mensheid. In het Genesisverhaal lezen we hoe de duivel het de eerste mensen voordeed. Hetgeen nu gebeurt met de hier beschreven “gendermanipulatie” sluit naadloos aan bij dit verhaal. God schiep de mens onder de vorm van twee geslachten, via een lang evolutionair proces. De bedoeling van de geslachtelijkheid is het leven in ideale omstandigheden door te geven, terwijl deze natuurlijke seksualiteit tevens een natuurlijk rollenpatroon meebracht, waarin man en vrouw complementair zijn aan elkaar. De basisopdracht van de vrouw hierin is de zorg voor het nieuwe leven vanaf de conceptie en die van de man is het om dit nieuwe leven en zijn gezin te omringen met de noodzakelijke bescherming en materiële voorzieningen. In de praktijk is er uiteraard een overlapping van deze opdrachten, vooral in maatschappijen met een grote mate aan automatisering en moderne apparatuur. Maar een man kan uiteraard niet zwanger worden, baren en zogen, terwijl de meeste vrouwen niet over de lichamelijke en mentale mogelijkheden beschikken om de rol van de man op een efficiënte wijze volledig over te nemen. Daarmee is in het kort de natuurlijke rollenrealiteit geschetst.

Mensen die om een of andere reden, waarvoor totnogtoe geen afdoende wetenschappelijke verklaring is gevonden, niet beantwoorden of willen beantwoorden aan deze natuurlijke realiteit, verstoren de maatschappelijke ordening die hieruit voortvloeit. De moderne maatschappij mag daar natuurlijk niet op reageren, zoals in Bijbelse tijden, met intolerante maatregelen en zeker niet op gewelddadige wijze. Dit zou alleen maar in de kaart spelen van ideologische ontsporingen zoals de genderideologie. Zij bedient zich van minderheidsgevallen om het hele maatschappelijk bestel op de helling te zetten, zonder zich te bekommeren over wat de meerderheid daarvan vindt of wat de gevolgen hiervan zijn. Haar werkwijze past perfect bij het “rechtendiscours” dat we elders reeds hebben beschreven. Het verloop hiervan is intussen voldoende bekend: men creëert in de eerste plaats vrijheden op basis van zogenaamde “noodsituaties”, waarna men die vrijheden tot “rechten” verheft. Aldus wordt de weg geëffend om alle mogelijke afwijkende of ethisch onaanvaardbare neigingen en gedragingen niet alleen tolereerbaar te maken, maar daarenboven rechtskundig te ondersteunen.

Dit “rechtendiscours” wordt gekenmerkt door een typisch materialistische eenzijdigheid. Een normaal maatschappijbeleid is gebaseerd op een evenwichtige verdeling van rechten en plichten, in het bewustzijn dat beiden onafscheidelijk zijn. Hier worden echter “rechten” gecreëerd, zonder gewag te maken van plichten of verantwoordelijkheden voor degenen die hiervan zullen genieten. Erger nog, er worden aan die rechten plichten gekoppeld die op de schouders terecht komen van derden, die ongevraagd belast worden met de bescherming en zelfs het ondersteunen ervan. Het gevolg van deze georkestreerde maatschappelijke en rechtskundige omwenteling is dat de meest fundamentele natuurlijke mensenrechten en vrijheden, zoals het recht op leven, de gewetensvrijheid en het recht op een natuurlijk familieverband, geofferd worden op het altaar van artificiële rechten, zoals de zogenoemde “reproductieve (in feite antireproductieve) rechten” en de “homorechten” op huwelijk en adoptie.

Kinderen worden als gevolg hiervan goedschiks kwaadschiks verplicht tegen een vrouw die hun moeder niet is “papa” te zeggen of tegen een man die hun vader niet is “mama”. Welke sporen dit voor de rest van hun leven zal nalaten in hun psyche zal de genderideologen en hun acolieten worst wezen. Het enige wat telt is het zoveel mogelijk mondiaal doordrukken van hun gender-, holeby- en abortusideologie en het zoveel mogelijk omverwerpen van de waarden en maatschappelijke inzichten die onze samenlevingen en staatsstructuren vorm hebben gegeven, vooral de christelijke uiteraard. Iedere burger of burgeres wordt aldus op termijn gechanteerd om zaken die zij van nature als abnormaal, onrechtvaardig of zelfs afstotend vinden, minstens uiterlijk te beamen, op gevaar af van een vermindering van hun sociale status, of van geklasseerd te worden als zijnde “niet mee met hun tijd”, of om geconfronteerd te worden met rechtsvervolging en zelfs ontslag, zoals gebruikelijk in totalitaire staten. Ofwel hebben die ideologen nooit lessen getrokken uit de geschiedenis, die aantoont dat de ondergang van culturen en beschavingen veelal gepaard ging met een wijdverspreide seksuele ontaarding, ofwel moeten we aannemen dat die ondergang hun zorg niet is, ofwel is zij misschien juist hun bedoeling.

De verantwoordelijkheid van hen die de hier geschetste rechtspervertering bewerkstelligen, of oogluikend toestaan, is verpletterend en zal ongetwijfeld geschiedkundig worden afgestraft. Maar het zijn de huidige en eerstvolgende westerse generaties die de maatschappelijke miserie en het onschuldig lijden die hiervan het gevolg zijn zullen dragen.

I.V.H.

 

Waardig leven, waardig sterven of waardig moorden?

 

Bereiken ook u regelmatig berichten over internationale samenzweringen en duistere plannen voor wereldoverheersing? Naast spam en ongewenste reclame, doorkruisen ook gedetailleerde onthullingen, protocollen en zelfs profetische voorspellingen hierover in alle richtingen het planetair internetsysteem. Het is onbegonnen werk voor een gewone burger het waarheidsgehalte hiervan na te gaan, te meer daar het over geheime bedoeningen en occulte genootschappen gaat. De vrijmetselarij is in deze materie het geliefkoosde doelwit. Maar ook over de tegenpool hiervan circuleren er beangstigende berichten. Binnen en buiten de muren van het Vaticaan zouden sommige prelaten zich toeleggen op alles behalve katholieke praktijken .

We voelen ons helemaal niet geroepen of bevoegd om dat nevelig informatielandschap binnen te dringen om er een aantal geheime intriges van hun sluier te ontdoen. Complotten zijn zo oud als de mensheid en zullen er - evenals  armoede, onwetendheid, machtsgeilheid en andere bronnen van ellende - steeds deel van uitmaken; daarover maken we ons best geen enkele illusie. Het is zeer waarschijnlijk dat deze berichten in meer of mindere mate op feiten berusten. Maar is het risico niet groot dat we aan het onderzoek hiernaar onze tijd zouden verspelen en dat een deel van deze “informatie”  precies met die bedoeling de wereld werd ingestuurd?

We kunnen ons dus beter concentreren op de controleerbare actualiteit en van daaruit een evaluatie maken van de invloed van al of niet geheime machtskernen. Het kan  afgezaagd, ouderwets of naïef klinken, maar samenzweringen en duistere manipulaties maken gewoon deel uit van de eeuwenoude strijd tussen goed en kwaad,het kerngegeven van de menselijke geschiedenis . Op het eerste zicht lijkt het evident dat al wat goed is voorspelbaar tot het verliezende kamp behoort. Toch wordt deze tweestrijd van generatie tot generatie met wisselende kansen voortgezet. De eerste grote hinderpaal voor de overwinning van het kwade, dat van nature over een groter arsenaal (eventueel geheime) wapens beschikt, is doodgewoon de geschapen werkelijkheid zelf.

De waarneembare realiteit waartoe wij behoren is geen onsamenhangende warboel, ontstaan uit toevallige botsingen, maar een geheel van krachten geleid door vaststaande natuurwetten. Een van de gemakkelijk vast te stellen wetten is de eindigheid van alle materiële composities en constructies. Andere wetten beheersen het leven, waarvan zij door regelmatige vervanging de instandhouding  verzekeren. Het gevolg is dat ook de meest doortrapte tirannen relatief spoedig aan hun einde komen en dat de structuren waarop zij hun macht hadden gevestigd onherroepelijk opgeslokt worden door de onstuitbare tijd. Zowel goed als kwaad streven er tevergeefs naar om binnen het tijdsgebeuren hun actieradius te bestendigen. Het goede respecteert hierbij de levenswetten, terwijl het kwade zich hieraan tracht te onttrekken. Sterker nog: het kwade tracht die te vervangen door “humanistische” wetten die kunstmatige realiteiten creëren, aangepast aan de ziekelijke wensdromen van zijn aanhangers.

De natuurwetten hebben hun verlengstuk in de maatschappelijke regelgevingen. Daarom spreekt o.a. de heilige Thomas van Aquino van het ”natuurrecht”.  Dit wordt aangevuld met wat wij het bovennatuurlijk recht kunnen noemen. Het omvat de geboden welke de relaties tussen God en de mensen en tussen de mensen onderling regelen, of m.a.w. de Tien geboden. Die bovennatuurlijke rechtsorde primeert op de natuurlijke, zodat zij sommige natuurwetten, zoals bvb.  de “wet van de sterkste” uit menselijke samenlevingen bant. Het kwade is per definitie al datgene wat de relaties tussen God en de mens verstoort, terwijl  het daarenboven het onderling menselijk respect vernietigt en tot een ontaarding van de maatschappelijke ordening leidt.

Dit meervoudig kwaad zien we heden in toenemende mate op wereldschaal  aan het werk, via een drieledige strategie. Het maakt gebruik van zogenaamde nieuwe wetenschappelijke inzichten om de natuurlijke ordening naar haar hand te zetten. Parallel hiermee introduceert het nieuwe wetgevingen gebaseerd op kunstmatige “mensenrechten”. Tenslotte tast het ook het godsdienstig denken aan, door zich te infiltreren in theologische en kerkelijke middens, van waaruit het  voor de nodige verwarring zorgt binnen en tussen godsdienstige gemeenschappen.  Dit gebeurt uiteraard deels gepland (via de bovengenoemde geheime genootschappen) en deels via ongeplande kleinschalige of individuele initiatieven van  “verlichte” geesten en hun achterban. In verschillende artikelen hebben we reeds de betwistbare kwaliteit van die “verlichting” onder de loep genomen. De ideologische achtergrond ervan hebben we in een eerdere reeks beschouwingen het “ARM” genoemd: de drie-eenheid Atheïsme, Rationalisme en Materialisme.

Het veelkoppig monster dat we “het kwade” noemen is de laatste decennia  met zijn tentakels diep doorgedrongen in veel  internationale en nationale organisaties, instellingen en verenigingen, vanaf de VN en het EHRM, tot in diverse NGO ‘s, politieke partijen en zelfs religieuze gemeenschappen. Het maakt hiertoe  gebruik van een ideologisch gif dat de betekenis van woorden en begrippen aantast. Het heeft dus een gans nieuwe waardeschaal opgebouwd en geïntroduceerd, die zich gaandeweg in de plaats stelt van de traditionele, inzonderheid de christelijke. Dit proces is in verschillende westerse landen reeds zover gevorderd dat de volgende fase al werd ingezet: die van de verplichte introductie in het onderwijs van deze nieuwe begrippen, samen met het verbod op het gebruik van termen die tot de traditionele en christelijke waardeschaal behoren. Een flagrant voorbeeld hiervan is de term “genderidentiteit” dat in de Franse schoolboeken het begrip “geslacht” moet vervangen.

De met de dag dwingender nieuwe waardeschaal, schraagt een hele reeks nieuwe rechten. Die brengen op hun beurt nieuwe verplichtingen mee, ook voor hen wier geweten daar absoluut niet mee akkoord gaat. (cfr. onze laatste commentaren over een recente uitspraak van het EHRM). Eerst worden er  nieuwe vrijheden  ingevoerd, die vervolgens via non-discriminatie maatregelen haast ongemerkt tot nieuwe rechten evolueren. Zo spreekt men intussen al over het “recht op abortus”,  het “recht op euthanasie”,  het “recht op homofilie”, het “recht op homoadopties”, het “recht op IVF”, enz... zonder dat iemand uitlegt waarop die “rechten” gestoeld zouden zijn, tenzij op een vrijzinnige ideologie die zich stilaan de status van opperste waarheid toe-eigent.  Het recht op leven van ongeboren mensen werd aldus terzijde geschoven, om plaats te maken voor  het recht op sterven van degenen voor wie het leven niet voldoende “kwaliteitsvol” is en het recht op doden van ongeborenen die als een bedreiging  worden ervaren voor de “levenskwaliteit” van hun moeder of vader of van beide. De weerloze ouderen die zich in een gelijkaardige situatie bevinden ten opzichte van hun kinderen zullen logischerwijze vroeg of laat hetzelfde lot ondergaan.  Gesubsidieerde instellingen verzorgen intussen de gespecialiseerde opleiding van de kandidaten om die gelegaliseerde moordpartijen te begeleiden en  uit te voeren.

De zodoende in gebruik genomen waardeschaal leidde  tot nieuwe streefdoelen,  zoals “waardig sterven” en “gewenste kinderen”. “Gewenst zijn” wordt  in die context synoniem van “waardig zijn”. Het sterven is “waardig” als het gewenst is (wat impliceert dat ongewenste sterfgevallen – nog altijd verreweg de overgrote meerderheid – allemaal “onwaardig” zijn). Zo ook zijn gewenste kinderen levenswaardig, terwijl de niet gewenste stervenswaardig worden bevonden. Het fundamenteel mensenrecht op leven wordt vervangen door het “recht op doden” van de ongewensten die het ongeluk hebben zich niet te kunnen verdedigen. Dit zijn, zoals gezegd, alvast de ongeborenen en binnenkort misschien ook hen die de bovenkant van de omgekeerde  bevolkingspiramide al te zwaar belasten.

Tijdens het schrijven van dit artikel bereikt ons het bericht dat “la fille ainée de l’Église” (Frankrijk) bevallen is van een wet die het homohuwelijk installeert, ondanks het massaal protest hiertegen, zelfs vanwege bekende homoseksuelen. Frankrijk is daarmee het volgende in een groeiende reeks Europese landen die de formele degradatie van de betekenis en de maatschappelijke bedoeling van het huwelijk in een wettekst omzet. Dit domino-effect wordt mede mogelijk gemaakt door het schuldig verzuim en zelfs het schuldig voorbeeld van “christendemocratische” politici . We denken hier bvb. aan de heer Wilfried Martens, die momenteel in zijn derde huwelijksbootje rondvaart, alsof dit te normaalste zaak ter wereld is voor de ex-voorzitter van een Vlaamse gezinspartij, huidig voorzitter van de EVP dat de Europese christendemocraten verenigt. Maar binnen het wereldje van politici, vooraanstaanden en BV’s, zijn er natuurlijk nog voldoende andere voorbeelden te vinden van inconsequent gedrag . 

Als besluit mogen we stellen dat de machten van het kwaad het ver geschopt hebben in ons huidig wereldbestel. Zijn zij nog te stoppen? Welke efficiënte verweermiddelen hebben wij hiertegen? Alvast drie:

-  De eerste is het krachtdadig openlijk aanklagen van al die kunstmatige begrippen- en waardedeviaties, via alle kanalen die ons ter beschikking staan.

- Een tweede actiemogelijkheid is van rechtskundige aard. We moeten aandringen op een internationale regelgeving die landen verplicht om de gewetensclausule in te lassen bij wetgevingen over ethische zaken die in conflict zijn met de gewetens en ethische overtuigingen van een aanzienlijk deel van de bevolking. De ambtenaren voor wie de nieuwe ethische wetten in geweten onaanvaardbaar zijn zouden zich daarop kunnen beroepen. Zulke clausule is in feite een noodzaak wil men het fundamenteel mensenrecht op gewetensvrijheid in de praktijk (en niet alleen in theorie) in ere houden.

Het derde verweermiddel is het “geheim wapen” van de christenheid: het gebed. Het is waarschijnlijk het meest onderschatte, maar de geschiedenis van het christendom en onze persoonlijke ervaringen leren ons  hoe machtig het gebed kan zijn. Vooral als het een “kwaliteitsvol” gebed is,  gedragen door gelovig vertrouwen, een grote liefde voor onze afgedwaalde mensenbroeders en - zusters en een diepe bezorgdheid voor de onschuldige slachtoffers van de “nieuwe ethiek”.

I.V.H.

 

 
Meer artikelen...
  • De Mythen van de Bijbel – Beoordeling van de obscure logica van een zogenaamd verlichte geest
  • De Hemel
  • FÉDÉRATION PRO EUROPA CHRISTIANA
  • België: koploper inzake de maakbare ethiek

<< Start < Vorige 1 2 3 4 5 6 7 8 Volgende > Einde >>

Pagina 1 van 8

feed-image

Copyright © 2011 --- Katholieklekenforum - All Rights Reserved.